Zeilen met een depressie

door Bauke Sijtsma op 1 januari 2010

Jacob Kuiper is zeiler en meteoroloog-waarnemer. Hij komt even naast u staan. U staat in de kuip en kijkt naar boven. Geen blik naar de hemel maar op de lucht daartussen. Wolken, strepen, vezels, veren, nevel, licht en donker.
U voelt dat er een depressie zit maar is het er een waar u rekening mee moet houden? Hoe herkent u gevaar dat u wacht of aan u voorbij gaat?

Zeilen met een depressie door Jacob Kuiper

Dit verhaal gaat over ‘depressie’, een van de vele aspekten die ons weerbeeld bepalen. Ik wil wat dieper ingaan op een van de belangrijkste strukturen bij een depressie, het frontensysteem. Hoe ziet zoiets eruit, waar moet je op letten? Kunt u zelf wat meten?
Op een van hun tochten vergezel ik Jan de Jong en zijn zeilmaat Klaas Diekstra. Jan is eigenaar van een Gouwzee Purky. Met deze 28 voeter maken we een tocht van Kampen via Enkhuizen naar Den Oever.
De frontale depressie
Tegen zes uur gaat de wekker. De eerste blik door de patrijspoort is goed. Mooi weer, praktisch geen bewolking. De zon is nog niet op en er staat weinig wind. De ligplaats langs de IJsseloever is magnifiek. Om half zeven staat de zon laag boven de horizon. Met een prachtige oranje tint weerkaatst het zonlicht in het IJsselwater.
Tijdens het ontbijt luisteren we naar het nieuws op de radio. Aan het eind klinkt het: ‘toenemende bewolking en in de loop van de ochtend van het zuidwesten uit regen. In de avond enkele opklaringen.
Waarschuwing voor de scheepvaart: distrikt Vlissingen zuidwest 7, Hoek van Holland, IJmuiden en Texel zuid 6, ruimend zuidwest 7. Distrikten IJsselmeer en Rottum zuid 6.
Dat klinkt fors, zegt Jan. Inderdaad, we kijken nog eens naar buiten. Het is moeilijk te geloven dat het allemaal zo snel kan verslechteren, hoewel het weerbericht gisteravond ook al vrij somber klonk.
Als zeiler laat Jan zich natuurlijk niet in de luren leggen. Hij loopt naar de barometer en leest af: 1023 millibar, pakt het logboek en noteert die stand. Sinds de laatste notitie, gisteravond 11 uur, is de druk wat gedaald, 3 millibar om precies te zijn.
Windveren in het westen
Na het ontbijt treffen we de voorbereidingen voor de tocht. Om half negen gooien we los. Het is nog steeds prachtig weer. Er ontwikkelt zich wat cumulusbewolking, klein van afmeting en in de zon mooi wit van tint. Aan de westelijke hemel zie ik enkele windveren, dikke witgele vezelige bewolking. Een vliegtuig trekt in de verte een dik kondensspoor op zijn weg naar het oosten.
Met de matige zuidzuidoostenwind kunnen we zelfs op het zeil de IJssel af. De monding is vrij snel bereikt en we varen het Ketelmeer op. De wind is al wat sterker geworden en op open water is dat eigenlijk te verwachten. De richting is nog steeds zuidzuidoost.

Iets later kijk ik opnieuw naar de lucht, de windveren breiden zich verder uit en bedekken nu al gauw een kwart van de hemel.
Ik roep Jan en Klaas om hen te wijzen op een aardig hulpmiddel bij het bepalen van de wind in de hoogste luchtlagen. De kondensstreep van het vliegtuig die een kwartier geleden in het noordwesten werd getrokken, is helemaal uitgedijd tot een dikke wolkenstrook en die zien we vrij ver in het zuidoosten.
Dat betekent dat de wind in de bovenlucht met een behoorlijke snelheid uit het noordwesten moet waaien, praktisch tegengesteld aan de richting dicht bij het aardoppervlak.
“Wat houdt dat in?” vraagt Jan,”Kan ik daar konklusies uit trekken?” “Jazeker,” zeg ik, “wanneer een depressie in aantocht is zie je dat het eerst aan de stroming in de hogere luchtlagen.
De meeste depressies bereiken west-Europa vanuit het westen. Aan de voorzijde van zo’n slechtweersysteem staat meestal een noordwestelijke stroming op grote hoogte. Stelregel is: hoe sterker die stroming, hoe aktiever de depressie die volgt. Juist het bewegen van zo’n vliegtuigspoor geeft een mooie indikatie van de sterkte en richting van de bovenstroming.”
Het is ondertussen 10 uur en we passeren de hoogspanningslijnen die boven het westen van het Ketelmeer hangen.
Het weerbericht heeft nog steeds dezelfde sombere vooruitzichten.
Klaas roept ons toe dat de barometer nu 1018 millibar aanwijst. Dat is dus weer vijf millibar eraf en dat in drie uur.
Het versnelde dalen van de luchtdruk past goed in het beeld van de nadering van het slechte weer. De wind is aangetrokken tot vijf Beaufort, maar het uiterlijk van de golven hoort daar niet bij. We varen dicht onder de dijk van de Flevopolder. Vanwege de zuidzuidoostelijke richting zorgt dat voor goede beschutting. De strijklengte van de wind over het water is nog niet groot zodat de golfhoogte erg meevalt. Voor ons ligt de Ketelbrug. Het zicht is nog steeds goed, zeker 10 mijl.
Ik kijk naar de lucht. De windveren zijn uitgebreid en alleen in het oosten is de lucht nog onbewolkt. De zon gaat zelfs al schuil achter de cirrussluiers. De witte en gele cirruswolken zijn in het zuidwesten niet meer te zien, in plaats daarvan zit er een dikker wolkentype, vrij egaal grijs van tint. Boven de horizon is wat meer struktuur te zien, alsof er een heel plakkaat onder de grijze laag schuift. Ik ken dat beeld; het vormt een duidelijke aanwijzing dat het slechte weer opdringt. De opeenvolging van windveren en daarna een steeds dikkere bewolking is een mooi voorbeeld van een naderend front, in dit geval een warmtefront, zoals dat in de weerkunde genoemd wordt.

“Is het mogelijk om aan te zien komen wanneer uit de bewolking regen valt?” vraagt Klaas “Zijn er dan bepaalde veranderingen aan de wolken te zien?”
Dat is niet altijd het geval maar vaak zijn er wat aanwijzingen. Ten eerste: is op de plaats waar de regen uit de bewolking valt vaak een verslechtering van het zicht waar te nemen. De eerst nog scherpe horizon wordt wat vager of valt, bijvoorbeeld bij motregen, voor een deel weg. Een tweede indikatie voor inzettende regen kun je aan de wolken zelf ontdekken. Op het moment dat er regendruppels uit de dikkere grijze wolkenlaag vallen vormen zich onder die grijze laag vrij plotseling kleine wolkenflarden. Het zijn plukjes bewolking van beperkte afmeting met een rafelig uiterlijk. Ook al zie je de inzettende regen zelf nog niet dan verraadt de neerslag zich door de vorming van dit soort wolkenflarden.
Warmtefront passeert
We passeren de Ketelbrug. De windzak ernaast staat stijf, de wind is pal zuid. Als we onder het hoge brugdek door zijn ligt het IJsselmeer voor ons. Terugkijkend naar het zuidoosten zie ik nog slechts een smalle strook heldere lucht dicht boven de horizon. De zon is praktisch niet meer te zien; een vage lichte vlek verraadt zijn plaats aan de grijze hemel. Soms wordt die grijze lucht zo zwaar dat alle zonnestraling wordt onderschept.
De cumuluswolken die zich hadden gevormd beginnen snel te verdwijnen. Dit wolkentype dat zijn ontwikkeling van thermiek moet hebben, wordt geheel beroofd van zijn bestaansbron, de zonnestraling.
Het is elf uur en we luisteren opnieuw naar de radio. De weerberichttekst is gewijzigd: ‘van het zuidwesten uit regen, in de avond enkele opklaringen. Middagtemperatuur ongeveer 17 graden.
Waarschuwing voor de scheepvaart: distrikten Vlissingen, Hoek van Holland, IJmuiden, Texel zuidwest 7, distrikt Rottum zuid 6, ruimend zuidwest 7. IJsselmeer zuidwest 6.’
Zelf ook nieuwsgierig geworden lees ik de barometer af, 1015 millibar, of hektopascal, zoals die eenheid tegenwoordig in de weerkunde wordt genoemd. Weer 3 eenheden omlaag en dat in 1 uur tijd, dat gaat erg hard. Ik noteer het in het journaal.
Jan staat buiten en roept me. “Is dat wat je bedoelt met die beginnende regen met die wolkenflarden?” Inderdaad zie ik in het zuid westen de eerste typische wolkenflarden onder de donkergrijze hemel. Het zicht in die richting is al minder hoewel nog niet echt sterk teruggelopen.
Hoe verder we het open water op gaan, hoe hoger de golven worden. We proberen wat dichter onder de dijk Enkhuizen-Lelystad te komen.

Maar pal in de luwte zeilen lukt niet vanwege enkele ondiepe gedeelten aan de oostkant van de dijk.
De wind is zuidwest geworden en de regen heeft ons bereikt. We varen scherp aan de wind en dat geeft ondanks de hogere golven een flink tempo.
De regen valt gestaag en de lucht is grijs. Niet geheel egaal, af en toe zit er nog wat tekening in het wolkendek. Het zicht is sterk verminderd, naar schatting is het niet meer dan 2.5 mijl. “Alle kenmerken van het warmtefront zijn aanwezig, echt een schoolvoorbeeld,” schreeuw ik in de zuidwester naar de anderen.
Na een klein uur regen begint het wat lichter te worden. Af en toe is het droog en het zicht is duidelijk beter. De bewolking die wat meer de vorm van cumulus krijgt, dus wat opbollend, bedekt nog wel de gehele hemel maar soms lijkt het of de zon even tevoorschijn wil komen.
Om half een bereiken we onze eerste stop, de haven van Enkhuizen. Als we de weersverwachting beluisteren zit er nog geen echte verbetering in voor de komende middag. De wind blijft voorlopig in de zuidwesthoek. Het is wachten tot het koufront passeert. Als Jan vraagt wat we van dat koufront mogen verwachten, antwoord ik dat dat nooit helemaal van te voren is te zeggen. Koufronten komen voor in verschillende soorten.
Het ene type kan bestaan uit een aantal aaneengegroeide buien, waarbij onweer en zware windstoten voorkomen als het front passeert.
Een ander type koufront bestaat uit een dik pakket bewolking dat met veel regen passeert. Ook dat type kan met flinke turbulentie gepaard gaan.
Sommige koufronten zijn veel minder aktief en het meest merkbaar aan het ruimen van de wind. Uit de bijbehorende wolkenband valt dan nauwelijks regen, soms blijft regenval zelfs geheel achterwege.
Wat het voor vanavond gaat worden is dus niet met zekerheid te zeggen. De rustige variant lijkt niet waarschijnlijk omdat we te maken hebben met een aktieve depressie.
Het is 1 uur en we besluiten een paar uur te pauzeren. De schipper heeft vaker Enkhuizen aangedaan en weet een prima restaurant.
Voordat we van boord gaan maak ik nog een notitie in het journaal. De luchtdruk is 1013 hektopascal, in 2 uur tijd dus maar 2 hektopascal lager. Klaas vraagt of dat normaal is.
Ja, meestal komen de sterkste drukveranderingen voor in de buurt van het warmte- en koufront. Op het moment dat we het warmtefront zagen naderen daalde de druk het snelst. Is het warmtefront eenmaal gepasseerd dan daalt de druk veel minder snel. Het is nu wachten op het naderende koufront waarbij we waarschijnlijk de druk weer iets sneller zullen zien zakken.

De maaltijd in de warme sektor!
Het gebied tussen de twee fronten in noemen we in de weerkunde de ‘warme sektor’. Het is bij een depressie het gebied waar de lucht met de hoogste temperatuur aanwezig is. Daarbij wordt door de meteoroloog vooral gekeken naar de temperatuur van de lucht op wat grotere hoogte, zeg 500-3000 meter in de atmosfeer.
Voorlopig genoeg weerles, nu eerst een lekkere maaltijd zodat we straks met frisse moed aan het trajekt naar den Oever kunnen beginnen.
Als we het restaurant verlaten is de regen opnieuw begonnen. Om half drie laten we de haven van Enkhuizen achter ons en koersen we met een nog steeds strakke zuidwester naar de Afsluitdijk.
Om drie uur horen we de volgende tekst op het weerbericht: ‘perioden met regen. Vanavond van het westen uit opklaringen en een enkele bui. Middagtemperatuur rond 17 graden. Waarschuwing voor de scheepvaart: distrikt Vlissingen, Hoek van Holland, Texel zuidwest 7, ruimend noordwest 6. Rottum zuidwest 7, distrikt IJsselmeer zuidwest 6, ruimend noordwest 6.’
Aan de wind merken we dat de ruiming, op het moment dat het koufront passeert, al gestalte gaat krijgen. Officieel moet een verwachte windverandering in sterkte of richting worden aangekondigd als die verandering in de komende 12 uur zal plaatsvinden.
In de praktijk wil die periode nog wel eens korter uitpakken, vaak doordat het weer dermate wisselvallig is dat een voorspelling van 12 uur vooruit niet haalbaar is, ondanks alle weercomputers en menselijke inspanningen.
Naarmate we vorderen richting Den Oever wordt de lucht steeds donkerder. De bewolking zit erg laag en de regen komt met bakken naar beneden. Het zicht is beperkt, naar schatting 1 à 1.5 mijl.
De wind lijkt nog wat verder aan te wakkeren. Jan neemt de luchtdruk op; 15.00 uur, 1011 hektopascal, eren daling van 2 in 2 uur.
Het koufront zal niet zo ver meer verwijderd zijn, hopelijk passeert het ons terwijl we in de buurt van den Oever zijn, dat zou niet slecht uitkomen.
Tegen half zes komen we aan onder de Afsluitdijk. In Den Oever leggen we vast.
Donker geweld
Nog steeds is het koufront niet gepasseerd maar het kan niet lang meer duren. De regen gutst naar beneden en de lage wolken bewegen met grote snelheid langs de lucht. In het westen wordt de lucht bijzonder donker van tint; dit lijkt de nadering van de frontpassage aan te kondigen.

Snel een blik op de barometer, 1008. We hebben mooi de tijd om alles te volgen.
De donkere lucht nadert snel en gedurende 5 tot 10 minuten regent het zwaar. De wolken kolken op lage hoogte voorbij en het zicht is teruggelopen tot een halve mijl.
Als het zwaarste wolkenpakket voorbij is ruimt de wind abrupt. In korte tijd van zuidwest naar noordwest. Ook houdt het op met regenen.
Een donkere wolkenrol trekt voorbij en van het westen uit wordt het snel een stuk helderder. Daar breekt de bewolking en af en toe verschijnt het blauw van de lucht. Na een minuut of tien ziet de lucht boven ons er al heel anders uit.
Ik kijk tegen een fraaie, toch nog dreigende wolkenlucht aan. Een soort gewelf van gele, witte en donkergrijze wolkenpartijen dat als een muur naar het zuidoosten wegtrekt. De wind is vlagerig, de barometer staat op 1010, 2 hektopascal hoger dan een uur geleden. Zo’n drukstijging is een duidelijk verschijnsel bij een koufrontpassage.
Als mijn beide zeilgenoten informeren of na iedere koufrontpassage de druk blijft stijgen, kan ik echter niet met ja of nee volstaan. De stijging hoeft. niet lang door te gaan, hij hangt af van de vorm van de depressie waaraan het frontensysteem is gekoppeld.
Soms volgt na de frontpassage nog een gebied waarin veel buien ontstaan. In dat geval begint de druk na enige tijd opnieuw te dalen. Na enkele uren bereiken de eerste buien dan de omgeving. Soms echter volgt een voortdurende drukstijging, zonder veel buienvorming. Bij iedere depressie is dat weer anders.
Tegen zes uur besluiten we om aan de wal te gaan eten en ditmaal nemen we ruim de tijd. De lucht is opgeklaard, in het oosten zien we nog de hoge wolkenmuur van het koufront. Boven ons is de lucht helderblauw en er ontstaan geleidelijk meer cumuluswolken. Met de stevige noordwestenwind drijven de fraaie witte watten snel voorbij. Het zicht is perfekt. In de verte staat monument de Vlietert, felwit afstekend in de avondzon, tegen de massieve wolkenmuur. Een mooi beeld dat een interessante zeiltocht voor ons afsluit.

Aktieve frontensystemen
•Wolkenpakket dik, in vertikale zin massief, vaak van dicht boven de grond tot 5 à 10 km hoogte.
•Grote neerslagintensiteiten, vaak ook grote: hoeveelheden. Soms verborgen verscholen aanwezigheid van (onweers)buien.
•In frontale zone vaak veel wind, vlagerig. Tijdens koufrontpassages soms zware windstoten.
•Grote veranderingen in luchtdruk bij nadering en passages van warmte-en/of koufront, vaak meer dan 1 hektopascal per uur.
•Vooral in neerslagzones matig tot slecht zicht.
•Vaak snelle verplaatsing van frontale zone, dus ook snelle verandering van het weerbeeld.
Weinig aktieve frontensystemen
•Bewolking heeft vaker een geringe vertikale dikte, soms zelfs diverse dunne wolkenlagen.
•Veel geringere hoeveelheid neerslag, soms zelfs helemaal geen neerslag.
•Veelal een minder hoge windsnelheid in de frontale zone, soms wel vlagerig.
•Vaak geringe, hooguit matige veranderingen van de luchtdruk bij nadering en/of passage van de fronten, in de orde van 0.5 hektopascal per uur of minder.
•Meestal redelijke, soms zelfs goede zichtwaarden onder het frontale wolkenpakket.
•Vaak geleidelijke veranderingen in het wolkenbeeld.

Vorige bericht:

Volgende bericht: