Een charter-ervaring

… om nooit meer te vergeten

Henri Boetzkes

Het heeft jaren geduurd voor ik de moed kon verzamelen dit verhaal op te schrijven. Ik ben achteraf niet bepaald trots op deze ervaring en wilde die lange tijd het liefst vergeten. Terugkijkend zijn er verscheidene fouten gemaakt, zowel door de schipper als door mijzelf. Maar laat ik niet op de feiten vooruit lopen.

Mijn eerste charterervaringen waren op vertrouwde schepen als een Suncoast 42 waarop dan zo’n  8 à 10 gasten meevoeren. Dit beviel me echter al vrij snel niet meer. Een groot aantal mensen wil elk zijn deel van het dekwerk en als het even kan iets meer. Maar als het op kombuiswerk aankomt, krijg je alle ruimte. Ik word moe van dat haantjesgedrag en besluit een charter te zoeken waar maar met een paar mensen gevaren wordt.

Introductie
Het is oktober 1984 als ik in een advertentie lees over een dergelijke chartertocht. Een 6-daagse trip van Harlingen naar lpswich en terug. Samen met mijn broer monster ik aan voor de laatste reis van het seizoen: vertrek op woensdagavond 3 oktober en weer terug op dinsdag 9 oktober. Tijdens de treinreis naar Harlingen bereiden we ons theoretisch nog ‘goed’ voor door een boekje te lezen dat we op het station hebben gekocht. Het draagt de toepasselijke en opbeurende titel: ’Overleven op zee’. Hierin treffen we een tabel aan met daarin de verschillende stadia van onderkoeling en de daarbij behorende fysieke kenmerken. We maken er dan nog de nodige grappen over, onwetend wat ons te wachten staat.
Afijn, we installeren ons op het schip en maken kennis met de derde gast en de schipper. Daarna maken we een rondje over de boot om die te leren kennen en waar de bergplaatsen van reddingmiddelen zijn. We bespreken het vaarplan en we komen overeen dat  we de volgende morgen eerst zullen inslingeren met een tochtje van Harlingen naar IJmuiden.

De volgende morgen zijn we vroeg uit de veren en gaan op weg. De tocht verloopt voorspoedig, er staat een lekkere bakstagwind kracht 5 uit het noordwesten. De enige wanklank komt van het geschut van de marine. Er komen een paar salvo’s over als we de batterij juist dwars hebben. Eenmaal afgemeerd in lJmuiden wakkert de wind gestaag aan, waardoor bij de derde gast twijfel opkomt of hij een oversteek met zo’n wind wel leuk zal vinden. We spreken af eerst te gaan slapen en ’s morgens het weerbericht van 06.00 uur uit te luisteren voor we nadere beslissingen nemen.
Hoewel er de volgende morgen nog een stevige windkracht 7 doorstaat, geeft het weerbericht de verwachting dat de wind gedurende de dag zal afnemen tot kracht 6 à 5 in het gebied waar we naartoe willen. Om ongeveer 06.30 uur verlaten we de haven op weg naar Felixstowe, ons doel in Engeland.
Het is prachtig zeilweer: een wind van kracht 6 à 7 die iets voorlijker dan half inkomt. We genieten er echt van met uitzondering van de derde gast die al snel zeeziek wordt. Ondanks de raad om bovendeks te blijven, verkiest hij zijn kooi om daar de hele reis te blijven. Nog steeds vind ik die dag de mooiste zeildag die ik ooit heb meegemaakt, het is gewoon schitterend! Alleen de wind neemt niet af zoals voorspeld, integendeel op een gegeven moment komt het bericht door dat er een diepe zeer actieve depressie plotseling zijn baan heeft verlaten en recht op ons afkoerst.

Kortsluiting
Vanaf dat moment gaat alles mis. De ellende begint met een kortsluiting waardoor de elektriciteit wegvalt. Daardoor kan de motor niet starten maar daar maken we ons op dat moment nog niet al te druk over. Ook blijkt het aggregaat niet aan boord te zijn. Dat is in reparatie. De schipper gaat te kooi om alvast wat rust te nemen, zodat hij fit zal zijn als we de Engelse kust naderen en hij het roer kan overnemen. Volgens schema duurt dat nog vijftien tot zestien uur!
Inmiddels is het al donker geworden en stuur ik op gevoel en gehoor. De kompasverlichting functioneert immers ook niet meer. Het lukt me redelijk koers te houden daar we aan de wind varen. Telkens wanneer ik de fok hoor klapperen, val ik wat af, dan stuur ik voorzichtig op tot ik de fok weer hoor. Voor mijn broer is dit zijn eerste zeiltocht en hij voelt zich niet helemaal happy. Hij durft onder deze omstandigheden niet aan het roer te staan. Na een tijdje wakkert de wind echt aan tot stormkracht en we besluiten de schipper aan dek te halen. Er moet onderhand een derde rif worden gestoken en het wordt ook tijd voor de stormfok.

DSCF0134Het is stikdonker en we moeten alles doen zonder de hulp van een deklicht. Nadat we het rif gestoken hebben, leg ik de boot op een voordewindse koers opdat het voordek zoveel mogelijk vrij van water zal blijven. Mijn broer gaat naar voren om de stormfok te zetten. Normaal zou dat werk hooguit 10 minuten kosten, maar onder deze omstandigheden is het na een half uur ploeteren nog niet geklaard.

Dan gaat ook de schipper naar voren om een handje te helpen en met vereende inspanning lukt het om de stormfok te zetten en de grotere benedendeks te krijgen. Al die tijd probeer ik angstvallig een klapgijp te voorkomen. De golven zijn inmiddels gegroeid van drie meter tot een hoogte van zes tot zeven meter. Plotseling wordt de kont van de boot opzij gezet en komt de giek met een enorme klap toch over. Gelukkig zonder schade! Ik denk dat we ruim een uur voor de wind hebben gelopen, voordat we weer op koers kunnen.

 

Niet aangelijnd
De schipper en mijn broer verdwijnen benedendeks om de positie te bepalen en droge kleren aan te trekken. Ze hebben geen droge draad meer aan hun lijf. Ik sta alleen aan het roer, gelukkig wel met reddingvest om, maar helaas niet aangelijnd!

Daar heeft niemand aan gedacht. Na een paar minuten merk ik opeens dat de zee veranderd is. De golven zijn weg! De zee, die daarvoor zwart was, lijkt nu wel zo wit als een plas melk. Dat heb ik nog nooit gezien. Ik roep naar de schipper beneden en beschrijf wat ik zie. Hij antwoordt dat dit het effect is van het feit dat we boven een zandbank zitten, maar dat het niet erg is omdat we nog zo’n zeven meter water onder de kiel hebben. Even laat ik me geruststellen maar dan zie ik uit mijn ooghoek een schaduw. Die is ook wel zeven meter, maar dan boven deks! Het is een gigantische golf uit een geheel andere hoek dan de overige.

Outer Gabbard plat

Man overboord
Het volgende dat ik me herinner is dat ik vecht om boven water te komen, terwijl ik het gevoel heb in allerlei touwen en lijnen verward te zitten. Ik denk achteraf dat ik in een reflex van de boot ben weg gezwommen omdat ik dacht dat die zou zinken. Bij de volgende golf richt de boot zich echter weer op. De mast en de zeilen staan nog steeds. Hij vaart zo snel weg dat ik er niet meer bij kan komen. Zo zie ik de boot in een paar tellen uit mijn gezichtsveld verdwijnen. De tijd is ongeveer 23.30 BST. Inmiddels heeft de storm zijn hoogtepunt bereikt

(achteraf vertellen ze me dat het negen tot tien Beaufort heeft gewaaid). Het eerste dat me opvalt is dat het water helemaal niet koud aanvoelt. De watertemperatuur blijkt later 14 graden Celcius. Ik besluit om in ieder geval mijn laarzen uit te doen zodat die me niet dieper in het water zullen trekken Na ruim vijf uur achtereen aan het roer in de storm met om de paar minuten een flinke kwak water over me heen, is het zelfs een warme gewaarwording. Vreemd genoeg, als ik om me heen kijk, zie ik het licht van een vuurtoren. Achteraf blijkt dat het lichtschip van de Outer Gabbard te zijn. Geen paniek dus. Het enige dat ik hoef te doen is erheen te zwemmen…Al na korte tijd wordt het me duídelijk dat dat  onmogelijk is. Telkens wanneer ik in de richting kijk waar ik het licht het laatst gezien heb, is het verdwenen en blinkt het ergens achter mij. Ik word dus door de wind en de goiven in de rondte gedraaid, zodat zwemmend koershouden vrijwel niet mogelijk is. Daarbij komt nog dat de golven breken, zodat ik met grote regelmaat door het water bedolven word.

IMG_5602

Onderkoeling
De tijd verstrijkt en het ‘warme’ water wordt al kouder en kouder. Ik begin tekenen van onderkoeling te vertonen en de verschillende stadia met hun kenmerken zoals ik in dat boekje gelezen heb, komen me weer voor de geest. Merkwaardig ben ik nog steeds niet in paniek. Ik neem me heilig voor om in ieder geval niet te verdrinken zolang ik nog bij kennis ben. Daarop doordenkend krijg ik medelijden met mijn broer, die misschien aan mijn vrouw moet gaan vertelien dat ik niet meer terug zal komen. Na enige tijd heb ik absoluut geen benul meer hoe lang ik in het water lig.

Redding nabij <foto Arco Thames>
Dan zie ik een groot schip voor mij langs varen. Ik schreeuw de longen uit mijn lijf. Het schip vaart echter door zonder koers of snelheid te veranderen. Achteraf blijkt dat het de Arco Thames geweest is en de bemanning me wel degelijk heeft gehoord. Ze geven mijn positie door aan de kustwacht die inmiddels een reddingoperatie opgezet heeft. Ze krijgen de melding van de Arco Thames binnen om 03.00 BST.Arco Thames
Het bericht wordt ook opgevangen door de Cambrae, een zandzuiger van 330 voet die al eerder op de vuurpijlen van ons jacht is afgekomen. Ze hebben de bemanning aan boord genomen en de kustwacht gewaarschuwd. De Cambrae zet vervolgens koers naar de positie die door de Arco Times is opgegeven.

Om 03.15 BST horen ze mijn geschreeuw en zetten ze me in het licht van de schijnwerpers. Een lid van de bemanning gaat in een droogpak te water om mij een lijn om te doen waarmee ik opgevist kan worden. Dat valt niet mee omdat ik vanaf het moment dat de man bij me is, buiten bewustzijn ben. Veilig aan boord brengen mijn broer en een bemanningslid van de Cambrae mij op de beproefde manier weer op temperatuur door bij me in bed te kruipen. Ik heb ruim vier uur in het water gelegen. Het weer blijft slecht en de kapitein besluit dat ik niet door een helicopter van boord gehaald kan worden. Hij zet koers naar Ramsgate. Daar zal een ziekenwagen, de kustwacht en een lid van de inmiddels gewaarschuwde Nederlandse ambassade ons opwachten.

Veilig aan land
Bij aankomst in Ramsgate is er geen van de drie genoemde instanties te bekennen. Inmiddels is het bericht binnengekomen dat ons jacht, dat door de Cambrae op zee was achtergelaten toen men van onze schipper hoorde dat er nog een bemanningslid in zee lag, door een lerse visser is geborgen en in Ramsgate ligt afgemeerd. Na overleg met de kapitein van de Cambrae besluiten we niet te overnachten maar een hotel op te zoeken en de volgende dag met de trein en de vleugelbootnaar huis te gaan. We kunnen van de kapitein wat geld lenen en gaan van boord. ln de jachthaven ligt ons jacht al aan de ketting. Na overleg met de douane mogen we aan boord om onze persoonlijke bezittingen mee te nemen. De volgende dag gaan we met trein en boot naar huis, waar we het verhaal, tot grote schrik van iedereen, vertellen. Om het thuisfront niet nodeloos ongerust te maken, hebben we niet naar huis gebeld.

Vervelend staartje
Voor mij is het verhaal nog niet ten einde. Ik voel me behoorlijk belabberd na de reis. Mijn vrouw staat erop dat  ik direct naar het ziekenhuis ga om me daar te laten onderzoeken. Het duurt geen half uur voordat ik op de intensive care lig, aangesloten op allerlei bewakingsapparatuur. Er is nog een gerede kans dat mijn longen een reactie op het zoute water zullen geven, met het gevaar dat ik hoog en droog in mijn bed alsnog zal verdrinken. Na vier dagen mag ik het ziekenhuis weer veriaten om verder thuis te herstellen.

Ik probeer lering uit dit avontuur te trekken: controleer vooraf goed de uitrusting van een charterschip en zorg dat je aangelijnd bent!

N.B.
De data en tijdstippen in dit verhaal komen uit een kopie van het logboek van de Cambrae dat we van de stuurman meegekregen hebben.
De methode om een drenkeling op te warmen door bij hem in bed te kruipen, wordt tegenwoordig afgeraden. Beter is het onderkoelde slachtoffer uit zichzelf weer te laten opwarmen bijvoorbeeld onder een thermische deken of gewikkeld in alluminiumfolie.
(Naschrift van de redactie: dit artikel is gepubliceerd in Zeilen 2 – 1995 en de auteur heeft er een prijs mee gewonnen als beste charterverhaal uit vele inzendingen; de prijs was een charterreis voor twee personen naar Griekenland!)